Messcherp

David Bowie - Portraits

Hoe begin je aan een bespreking van The Next Day zonder te verglijden in al te makkelijke euforische superlatieven zoals het een fan pur sang betaamt? Hoe bewaar je dat delicate evenwicht, die fijne dunne lijn tussen het nemen van wat kritische afstand en de onmetelijke vreugde over de comeback van een idool; iemand die de soundtrack schreef van je eigen jeugd, die op de achtergrond altijd een soort van ongrijpbare muzikale compagnon-de-route was? Na 6 luistersessies staat een ding staat vast: hij is het nog steeds.

Feit: goede muziek heeft net als goede wijn, geen franje nodig. Vergaap je niet teveel aan de video ‘The Stars (are out tonight); uitmuntende video (an instant viral hit), daar niet van, gedrenkt in een vintage bowie-semiotiek, maar muzikaal heeft het in vgl. met andere nummers, eigenlijk niet veel om het lijf. Een beetje een negatief van ‘Where Are We Now’-video, die je bij je strot grijpt. Misschien net daarom bewust in die volgorde uitgebracht: sobere video, zware thematiek versus supergelikte video en – in Bowietermen – lichte thematiek.

Hoe terecht de analyse van een celebrity-icon over de keerzijde van het celebrity ook is en zowel celebrities en Jan Modaal geobsedeerd zijn door de antipoden Normal/Private Life versus The Highly Public Life;  het is een mooie stijloefening, maar toch: met een lichte korrel zout te nemen van iemand die in zijn twintiger jaren zei: ‘I’m going to be huge’. En het vervolgens ook werd. Ziezo, de eerste kritische noot is geplaatst.  Desondanks: de scene met het electrische vleesmes waarmee Tilda Swinton Onze Held te lijf gaat, is ronduit briljant en hilarisch.

Andere minder nummer: Valentine’s Day: Bowie light (daarmee bedoel ik: genre ‘Reality’, niet mijn favoriete plaat), maar gitzwarte thematiek (schietpartijen op scholen: als vader lig je daar allicht wakker van). Niet slecht dus op een CD van 14 nummers (zonder de bonus nummers, die – wat had u gedacht – mijn oogappel al besteld heeft de dag dat Onze Held besloot zijn opwachting weer te maken). Vermoedelijk was mijn soulmate te zeer onder de indruk van mijn ongelooflijk infantiel opgewonden op-en-neer-giddy-ish girly gespring ‘He’s back, he’s back’. 

Over naar de andere nummers:

Opener: The Next Day:

Onze man beukt de deur in met een helleveeg van een nummer, een kleine brandbom van in vitriool gedrenkte lyrics en gezongen met zo’n messcherp nauwelijks ingehouden woede dat je onmiddelijk wordt gecatapuleerd naar het agressief-militante Tin-Machine tijdperk. Een 66-jarige rattenvanger die in zijn zog een heel leger van ratjes op sleeptouw neemt en uit alle kelen hetzelfde bezwerende refrein laat opzwellen: “Here I am, not quite dying, my body left to rot in a hollow tree, its branches throwing shadows on the gallows of me”. Geïnspireerd door zijn lectuur over Engelse Middeleeuwse despoten, maar zo pijnlijk hedendaags (Hussein, Kadafi, om maar iets te noemen).

Een echte fan heeft natuurlijk al lang het de ‘It’s no Game/Up the Hill Backwards’ (maar dan forwards) mash-up riff erkend.

Gezongen in een onvervalst Londons cockney, klinkt het later nijdig: First they give you everything that you want, then they take back everything that  you have.” Mocht dit nummer ooit live gespeeld worden; ik kan u verzekeren: heel de keet zal massaal uit haar dak gaan. Revolution will be in the making. Bring on the Dirty Boys.

Dirty Boys:

Een lekker vet nummer; een wonky walsje geprangd tussen een vette sax, een nijdig gitaartje en een droge drum. Cabaret meets Rock. Clockwork Orange revisited als je naar de lyrics luistert. Een kijk van een London Boy in hart en nieren op de London riots in 2011?

Love is Lost:

Onze man blikt terug op zijn alter ego van 22 jaar; vlak na de euthanasie van Ziggy. Verraderlijk eenvoudig muzikaal arrangement, met koppig orgeltje en ronduit uitmuntend drumwerk (de vervormingen!). De lyrics zijn pijnlijk chirurgisch; zelden zoveel nietsontziende verwoestende zelfkritiek gehoord. Opnieuw een grijp-naar-je-strot-moment. Life On Mars crossed with Hello Spaceboy in een Low vestje. Mijn favoriete nummer.

If You Can See Me:

Diamond Dogs versus Outside: stuiterende ritmes die over elkaar struikelen, aangevoerd door die zuivere sirenestem van Gail Ann Dorsey. Dijk van een nummer; muzikale schizofrenie ten top. Een soort van Hello Spaceboy meets Major Tom, anno 2013. Ook wel: Bowie’s take on opera.

I’d Rather Be High:

Anti-oorlogssong op z’n Bowies! Zou elke dag moeten gespeeld worden op school in plaats van – ik zeg maar wat – het nationale volkslied. En zoals gewoonlijk weer heerlijk contrasterend: een opgewekt soldatenmarsdrummetje, bijbehorende gitaarfrasering, maar met lyrics dark as hell. En met een zeer dikke knipoog naar ‘In the heat of the morning’ (uit de tijd dat Bowie nog heel, heel erg piep was).

Boss Of Me:

Heerlijke ode aan een geliefde, muzikaal mooi uitgewerkt: een dialoog tussen Bowie’s stem en een tegendraadse saxofoon, die de pointe van het nummer bewijst door letterlijk het laatste woord te krijgen. Ik vermoed dat de saxofoon het muzikale equivalent van de geliefde is. (vrouwlief is nl. toondoof, naar eigen zeggen). Vocaal laat Bowie zijn registers de vrije loop. Zijn madam zal zeker glimmen van trots: zo maar even openlijk verkondigen wie thuis de broek draagt.

Dancing Out In Space:

Lust for Life revisited with a weird funny twist. Zeer aanstekelijk; kleeft als een spreekwoordelijk verduurde kauwgom aan je broek. Met veel vette knipogen naar eerder werk. Leuke loopjes, nog leukere koortjes. En af en toe een vocale hoek eraf. Zeer speels. Een blijver.

You Will (set on the world on fire):

Ongetwijfeld een radiohit, maar ik wordt er niet echt warm van. Zie ook eerder werk in ‘Reality’.

How does the Grass Grow:

Maakt deel uit van de anti-oorlogs triptiek (zie ook ‘Dirty Boys’, ‘The Next Day’, I’d Rather Be High), maar naar mijn smaak het zwakste nummer in die thematiek.

You feel So Lonely You Could Die:

Terugkeer naar de vintage Bowie pathos en gelukkig ook naar de Bowie bariton. Een gospel/torch-song with a capital-T. Thematisch het veel sterkere broertje van ‘The Stars’ (Are Out Tonight). Zou kunnen gelezen worden als een brief over de dood heen naar John Lennon. Met een prachtige ‘Five-Years-outro.

Heat:

Met zoveel gravitas op deze CD kan er enkel maar afgesloten worden met een terugkeer naar zijn grote idool: Scott Walker. Lyrisch het meest autobiografisch snijdende nummer; donker en diep gezongen; sober gearrangeerd, confuus, het parlando van Bowie loopt verloren in een labyrinth van zijn eigen werk; wie goed luistert hoort letterlijk flarden van intro’s van eerder werk. Geen opwekkend nummer, die de fans wat vertwijfeld achterlaat. Misschien net daarom ook het laatste nummer; een muzikaal transcript van de innerlijke strijd en turbulentie die onze Favoriete Alien plots zeer sterfelijk maakte.

“Just remember, duckies – everybody gets got”, bromt The Elderly Statesman zijn fans toe.

Conceptueel gezien is deze CD een ‘coming full circle of sorts’. Sommigen vermijden angstvallig the dreaded T-word, as in Testament. Wie heel eerlijk is, kan zich de vraag stellen: valt hier nog niets aan toe te voegen? Wie heel zijn oeuvre in een ruk chronologisch beluistert en afsluit met zijn allernieuwste, zal u nauwelijks hoorbaar het antwoord geven: eigenlijk niet. Het feit dat elk nummer wel iets pikt van of muzikaal refereert naar zijn werk versterkt dat lichtjes knagende gevoel. Wie van kwade wil is zou zeggen: leuk, Bowie past nu zijn lyrics cut-up technique toe op zijn eigen werk.

Anderzijds: voor iemand die altijd koppig geweigerd heeft naar zijn eigen verleden te kijken, lijkt het me niet onlogisch dat een hiaat van 10 jaar de nodige tijd laat om er even bij stil te staan en er op meesterlijk sluwe wijze mee te  spelen. Bovendien is de man altijd ongelooflijk eigenwijs geweest: in z’n eigen woorden: ‘I seem to be having a talent for irritating people.’ (gevolgd door een vals verlegen vette grijns). Wie weet, heeft ie na 10 jaar inactiviteit, bezinning en rust, niet dadelijk behoefte om weer eens vernieuwend uit de hoek te komen (parels voor de zwijnen; ‘you’re damned if you do, damned if you don’t). Geen enkele artiest is voor beide ‘delicten’ zo verguisd geweest. En mag ie, na zovele wapenfeiten, niet gewoon muziek maken voor zijn eigen plezier? Feit is dat het, buiten het gemis van Pianoman Mike Garson, bruist en rockt als de beesten. And it kicks like a mule. En ook: the man will not go quietly into the night.

Andere opvallend feit: ondanks alle doomsday songs die uit zijn pen vloeiden, had de man de horror van de realiteit zelf niet zo donker kunnen bedenken. Het cynisme wordt dan ook infuusgewijs zorgvuldig toegediend. En toch: ik prijs me gelukkig niet de enige te zijn, die na een zoveelste luistersessie, energieker en lichter door het dagelijkse leven te flaneren; er zitten minder mentale kiezelstenen in mijn schoenen. Ik heb er nog eentje, en dat zit knusjes tussen mijn hoofd en hart: netjes op zijn plaats.

Commercieel (oei, vies woord!) gezien, zou het me niet verbazen moest ook dat dollen met eigen materiaal intentional zijn. Bowie is altijd een Master of Suspense geweest; een sluwe vos verleert zijn streken niet. Attack and retreat always was and probably always will be his Mojo. Het feit dat Tony Visconti, producer, his partner in crime and newly appointed Bowie’s voice on earth, meldt dat er nog materiaal klaarligt voor minstens 3 albums laat desalniettemin ruimte voor not so wishfull thinking.

[Insert cheeky little girly grin here].

knipoog-wiske

Sometimes it snows in January

Ik moet me eigenlijk een beetje schamen: ik bescheur me omdat ik al zappend op een Nederlandse zender hoor dat nu het sneeuwt in Brussel. Omdat ik van nature nogal sceptisch ben ingesteld, rep ik me naar de keukenramen met zicht op de tuin en jawel: het sneeuwt! Asjemenou! Er zijn nog zekerheden in het leven. Al lijkt het er niet op dat Taxi en Neelix first contact willen initiëren met dat witte koude dons. Zeker niet als je lekker warm ligt te doezelen in een makkelijke kuipzetel; een kostenbatenanalyse is snel gemaakt.

The Shock Return of A Class Act

SNF0944A-620_1651226a

Hela, hola! Met 1 weekje vertraging werd 2013 echt ingezet op 8 januari: met een verjaardagscadeautje van Birthday Boy (na een 10 jaar durende winterslaap) voor zijn fans, die zo in shock waren en 24 uur later nog lichtjes gedesoriënteerd, met een krop in de keel en weg van deze wereld rondliepen.

Ik beken, ik ben er eentje van en not ashamed to admit it. En niet zomaar een cadeautje: een video en een nieuwe track die toch wel aan je ribben blijft kleven. Die grote meneren in de muziek business met behoorlijk wat cojones ongegeneerd in tranen doet uitbarsten. Il faut le faire. Geen potsierlijk on stage pathetisch gedrag van berimpelde shakende lijven in lederen broeken (hoe raadt u ik niet echt warm loopt voor Mick Jagger?), maar een understated, broos, franjeloos, naakt, verraderlijk simpel melancholisch muzikaal motief, dat je niet meer los laat.

Bijna commercieel met een verraderlijke angel. Net wat deze tijden, waarin alles focust op de waan van de dag, nodig heeft. Een man die zichzelf en de wereld een spiegel voorhoudt. Een onverbeterlijke speelvogel ook: zichzelf afschilderend als een oud verrimpeld mannetje, zingend met beverige stem en mimiek, schaamteloos spelend met alle media-speculaties over zijn gezondheid (“hij is terminaal, dit is zijn afscheidsalbum”). Insert melodramatic pause here.

Ronduit bedroevend en oppervlakkig zijn de essays van zogenaamd Bowie ingewijden genre Jonathan Ross, die naast het name-droppen (shame on you, Jonathan!) zich tussen de regels door zorgen maken over zijn stem, alsof ze – nochtans als zogezegd volbloed connaisseurs – plots ganse  stukken uit zijn oeuvre vergeten zijn (herinner u ‘Outside’, waar Bowie nog veel verder gaat in het vocaal vertolken van een krakkemikkig, beverig mannetje). Don’t be fooled, sweeties. The man still has full vocal capabilities. Het geneuzel over “wie is de vrouw in de ‘Where are we now’ video naast hem” is zo van de pot gerukt terwijl het nochtans door gerespecteerde BBC DJ’s  wordt gedebiteerd met zo’n stelligheid (“Het is Björk (not), het is Coco“) (Bowie’s zgn. helleveeg van een PA) (opnieuw not). U voelt zich geschoffeerd als fan pur sang door wat de man aanricht met zijn voorgaande sleeve-designs, zijn opzettelijk gerotzooi met zijn imago ? (zijn nieuw imago lijkt een afwezigheid van imago). Live with it: het is wel zijn imago!

En Hij Die Zoveel Groter Is Dan Zijn Naam (overdrijven mag je altijd als je een fan bent), heeft z’n oude vossenstreken nog niet verleerd;  na 66 jaar, speelt hij nog altijd als een klasbak Houdini met perceptie, speculatie en media-hype. Hoe speel je het anders klaar om na 10 jaar, zonder enig teken van sound or vision, zonder fanfare of perscampagnes, op amper een paar uur tijd, in 20 landen nummer 1 te staan, op basis van 1 track, van een album dat godbetert nog moet uitkomen? Met als gevolg een complete chart hype/rel, want de track van een album dat nog moet verschijnen, kan niet in de charts ranking opgenomen worden. Waarna een hele machinerie (The Official Charts Company) in actie schiet om toch maar een uitzondering proberen te maken. Alles uiteraard om dat pre-revolutionaire zootje van bowienauts at the gates toch maar af te houden. Onze Birthday Boy had het niet zo gek kunnen bedenken en lacht in zijn vuistje. Het is hem meer dan van harte gegund, jandorie!

Wie dacht dat Onze Man instant interviews zal geven, op tournee gaat en live zal optreden, is eraan voor de moeite. Tenzij hij natuurlijk verandert van idee (het voorrecht dat alleen de grootsten gegeven is). Interviews worden overgelaten aan producer en oude bekende studiomuzikanten. Verwacht niet dat ie zelf zijn werk zal becommentariëren en geef hem eens ongelijk? Wordt het niet hoog tijd dat we met z’n allen zelf opnieuw leren na te denken en wat minder blijven steken in oppervlakkigheid, die media en maatschappij ons voorkauwt? Het feit dat de video zowel ontroert als ongemakkelijk aanvoelt betekent net dat Onze Filosofische Bard een vinger op de wonde ligt: ‘moeten we van zover gekomen zijn om hier uiteindelijk te belanden?’

De media stikte bijna in haar eigen tweets, serieuze analyses en journalistiek de profundis; ik heb ze allemaal likkebaardend gelezen, gelachen, me soms geërgerd en met volle teugen genoten.

En bij deze verklaar ik Jan Delvaux met al z’n popkennis een grote ignoramus: ten eerste wordt Bowie met een O uitgesproken, niet met een A. U wil bewijs? Toon me 1 fragment waarbij hij zichzelf en zijn band tijdens een optreden introduceert als Bawie? I think not! Ten tweede, beste Jan; zal Onze Man 1000 keer meer relevant zijn in zijn post-Scary Monsters periode dan jij ooit zal worden! De pretentie: hemeltergend! Zei ik u al dat ik fan ben? Doch dit geheel terzijde.

Wie geïnteresseerd is in wat meer diepgravende essays over het voor de fans ronduit blasfemische edoch geniale sleeve-design van het nieuwe album: http://thequietus.com/articles/11079-david-bowie-the-next-day-artwork

en hier over de shock come-back: http://thequietus.com/articles/11068-david-bowie-where-are-we-now-the-next-day

(Wie als music buff wat dieper wil ingaan op de akkoorden en harmonieën: kijktnekeerier: http://garyewer.wordpress.com/2013/01/09/song-analysis-david-bowies-where-are-we-now/)

Onze man dankte alle fans op zijn website voor de hartverwarmende appreciatie en reacties op zijn muzikale terugkeer: wij moeten hem dankbaar zijn. Bless his kind and generous heart. Eindelijk weer een beetje provocerende diepgang in this shallow world. The return of the Thin White Hope Indeed!

Voor u van ’t zelfde

tumblr_lwqpzzFawd1qifsyeo1_500

Om maar te zeggen: uiteraard is het logisch dat 2013 op 2012 volgt, maar voor de rest vermoed ik dat de veel typisch onlogische feiten van 2012, ook in 2013 zullen opduiken. Call me a cynic if you must, maar je zou bijna denken dat de logische stand van zaken een vreemd gevoel voor ironie heeft.

Maar, maar, voor u nu al een post-Nieuwjaarskater voelt opkomen vooraleer die kreeft achter uw kiezen zit, of al een lichte migraine voelt aanzwellen onder uw hersenpan vanwege die ‘Morons From The Future’ die 2 uur voor middernacht al ladderzat alle vuurwerk richting Nirvana knallen: koester vooral de kleine, fijne warme dingen van elke dag en deel ze met zovele nabije mensen, die groot zijn in hun bescheidenheid.

Ziezo; I’ve said my pieceTony Soprano gewijs’ (Nieuwjaarsresolutie nummer 2: The Sopranos herbekijken’).  En nu ga ik op een drafje alle wijze spreuken van de Dalai Lama vanbuiten leren (Nieuwjaarsresolutie nummer 3); hij praat een beetje raar maar zegt af en toe rake dingen.  Lijken nummer 2 en 3 u een beetje tegenstrijdig? Tsja; ik beken: de aard van het beestje. Neelix knikt (en ik kan me vergissen maar ik meen een glimp van ronkende imstemming te detecteren).

Een toast op alle wezens van goede wil! Dat ze lang en gezond mogen leven!

Vrijdagavond!

Heerlijk toch; die vrijdagavonden in de herfst- en wintertijd: onderuitzakken onder een dekentje in een luie zetel, weggemoffeld onder 2 ronkende katten en geflankeerd door het ventje, met een lekker gekoeld droog wit wijntje, terwijl Inspector Barnaby zijn ding doet in Midsommer Murders, een dorp dat ondertussen – statistisch gezien – al lang moest uitgestorven zijn: elke aflevering vallen er wel minstens 3 doden en dat is dan nog een rustige aflevering. Mijn favoriete personages zijn Misses Barnaby en DS Jones. Barnaby zelf is natuurlijk hors catégorie, maar blinkt niet bepaald uit in zijn appreciatie van vrouwliefs kookkunsten en ook sport is iets waar ie liever in een boogje omheen loopt. Familiale verplichtingen (het huwelijk van zijn dochter!) zijn absoluut geen beletsel om koppig achter een moordenaar aan te gaan, terwijl Misses Barnaby soms, zonder al te veel misbaar, zelf het murder mysterie oplost, louter met haar vrouwelijke intuïtie, zodat Barnaby soms een beetje groen staat te grijnzen op het eind van een aflevering, dit tot groot ingehouden jolijt van DS Jones, de man die werkelijk alles moet doen voor Barnaby; het vuile werk het eerst.

Kookmarathon deel 2

Pfff; hoewel mijn ventje zei dat ik maar ‘ns een weekend moest overslaan, kon ik m’n kookgenen toch niet weerstaan; vandaag dus op het programma: eigen recepten

– lamsstoofschotel met verse kaneel, komijn, honing en biocitroenzeste

  • meng de kruiden (doseer naar eigen smaak) met bloem
  • snijd het lamsvlees in dobbelsteentjes (ik nam een lamsbout) en meng het onder het kruidenbloemmengsel
  • braadt het vlees aan in een mengeling van 1 lepel boter en 3 tot vier eetlepels bio-olijfolie
  • deglasseer het baksel en zet het onder water met een kopje (of blokje) vleesbouillon
  • voeg na 1 uur stoven de zeste van een grote biocitroen toe, 1 koffielepel kaneel en 1 koffielepel honing
  • laat stoven naar eigen smaak

– kippestoofschotel met mengeling van milde en bio curry, mango chutney curry

  • meng de kruiden (naar eigen smaak) met de bloem
  • snijd het bio-kippevlees in dobbelsteentjes en meng het onder het kruidenbloemmengsel
  • braadt het vlees aan in een mengeling van 1 lepel boter en 3 tot 4 eetlepels olijfolie.
  • deglasseer het baksel en zet het onder water met toevoeging van 1 kopje kippebouillon
  • laat stoven naar eigen smaak

O ja, er komt geen korrel zout aan te pas in beide gerechten en geloof me, je mist het echt niet. Het enige nadeel tijdens zo’n kooksessie is 2 nerveuze katjes die als klittekruid aan je been plakken en een ventje die zich plots als een hongerige wolf gedraagt. Tsja; de geur van vlees zeker?

Déguelasse

Ik lees dat Fréderic Deborsu, na de publicatie van zijn boek ‘Koningskwesties’, door de RTBF 1 maand van het scherm wordt gehouden; spijtig dat we niet life kunnen bekijken hoe Fréderic door een vierspan van trams, die aangekomen op de taalgrens elk hun eigen traject verderzetten (herinner u By By Belgium), in tripjes getrokken worden.

Motief voor het dissen van de al schaarse credibiliteit van de kroonprins: “ik wil hem helpen” en “hij moet met z’n vader (de koning) praten en zeggen dat ie er klaar voor is.”

Tiens; wie iemand wil helpen doet dat meestal rechtstreeks met de betrokkene, niet achter zijn rug, zonder zijn medeweten, door er een goor boek over te schrijven met als topic vooral privé zaken die daar zouden moeten blijven: in de privé sfeer.

Ik denk dat ik ook maar ‘ns een boek ga schrijven over Deborsue (met de ‘d’ van ‘dégeulasse’); hoe hij als de jongere broer, van kindsbeen af, in de schaduw van grote broer Christophe, moest vechten voor zijn plaatstje in de zon en, bij gebrek aan diens ampleur, uit frustratie dan maar een binnenweg nam, om alsnog zijn “moment de gloire” in het medialicht te kunnen meepikken.

Waarom: omdat ik Fréderic wil helpen dat schijngevecht met zijn broer niet aan te gaan. Zo straf is Christophe nu ook weer niet. En vooral: ik ben die ruzies tussen Filip en Mathilde beu telkens er weer een prinselijke kroontje ontbloot wordt: het eindigt er altijd mee dat Filip wat afkoeling zoekt door met zijn helikopter boven onze wijk te komen cirkelen.