Het zat er aan te komen, dus bij deze een klein historiekje van onze feliene aanhang.

Taxi deed haar blijde intrede in juni 2004, nadat ik ze opviste op kantoor, in de kelder van gepensioneerde computers. Na een weekverblijf aldaar zonder eten en vooral zonder water vond ze het hoog tijd om te verkassen dus zette ze haar keeltje open en kwam yours truly haar heldhaftig ontzetten. Vervolgens werd ze per Taxi (vandaar haar naam, waarvoor dank aan de anonieme Marokkaanse taxichauffeur) – in een stijlvolle kartonnen doos met zachte handdoeken – thuis afgeleverd, alwaar 1 paar donkere en verwachtingsvolle mensenogen haar verwelkomden; kattebak, -voedsel en- speeltjes stonden als soldaten in het gelid te springen om mismeesterd te worden.

Amper 500 gr. licht en volgens de dierenarts 3 maandjes oud en – slik – 50% kans om te overleven. We keken allebei een beetje pips en namen ons voor om vooral niet te snel aan het beestje te hechten voor het geval dat….

Taxi trok het zich allemaal niet aan en – volgepropt met antibiotica die mijn ventje elke avond met een pipetje indruppelde – rende ze als een zotte doos door heel het huis; het was duidelijk dat ze haar medische prognose feestelijk aan haar laars lapte. Ons dierbaar tribble collector’s item kon ervan meespreken toen ie als jachttroffee in haar bekje hing, onder algemeen parmantig geblaas want zo’n tribble is toch niet niks om te versleuren.

Daarna volgde er nog een paar heikele avonturen waarmee ze ruimschoots haar oorlogsmedailles verdiende: uit de boom vallen en terechtkomen op buurmans tuinhekje, meer bepaald op de scherpe spijlen. Gevolg: een piercing die kon tellen; alle katers trokken bleek weg en verslikten zich in hun haarbal, toen ze manhaftig haar verhaal deed rond een kampvuur met aan het spit geroosterde muizen.

Tel daarbij nog 2 ‘alien abductions’ (de aliens bleken in onze straat te wonen) van telkens 1 week en u weet hoe ik aan mijn rimpeltjes geraakt ben.

Dat ze katergewijs haar mannetje kan staan, mag niet verbazen, na een doorgedreven guerrilla combatdrill met handgemaakte labyrinten, zware worsteltrainingen en metershoge klimpalen.

Niet verwonderlijk dus dat veel katers kajietend wegschieten als Taxi op hun radar verschijnt. Al snel bleek onze tuin niet genoeg voor haar Lebensraum, dus annexeerde ze alle tuinen in de buurt.

De blijde intrede van Neelix was een al even hachelijk avontuur; mijn ventje vond hem in juni 2010 – totaal uitgedroogd en amper 2 maanden oud – onder een struik in onze tuin. Hoewel Taxi het maar een raar mormel met bijzonder weinig haar vond, maakte ze er wel een erezaak van om de kleine dreumes te verdedigen; elke buurkat die het territorium betrad, werd vakkundig in de pan ingehakt, zelfs het Verschrikkelijke Monster (ook wel De Tank genoemd) dat tot dan haar Nemesis was. Nemesis kon verbazend goed rennen voor z’n leven, zo bleek. Uiteraard kweet Taxi zich van haar taak met zo’n cool van ‘Het is niet omdat ik u verdedig met lijf en leden, dat ik u toestemming geef om me te tutoyeren, gij scharminkel.’

Niet dat dit enige indruk maakte op Neelix; ondanks Taxi’s ostentatief geblaas en pootgehamer op zijn hoofd (zonder nagels weliswaar) zette hij zijn charme-offensief verder. Na ongeveer 3 maand staakte Taxi haar geblaas annex priemende bliksemblikken en vleiden ze zich allebei, achterstevengewijs, tegen elkaar op de sofa. Een paar likjes en geneuzeneus later was het grote-zuster-kleine-broer pact bezegeld.

Waar Taxi buiten het hoge woord voert en binnen het kleine, is het bij Neelix omgekeerd. Geen brokkenpiloot buiten, en nog minder ‘alien abductions’. Hoewel; hij heeft een absolute drang om de voortuin in te glippen. Met het gevolg dat ie zich voor een gesloten voordeur bevindt en – via de brievenbus –  opnieuw een weg naar binnen zoekt. Wat best grappig is als je plots een kopje een half lijfje ziet bengelen in de voordeur. De halve hartstilstand (het beestje had al 12 keer overreden kunnen zijn op straat!) neem je er dan maar bij. Hoe spannend het op straat ook is, hij wil steeds terug het huis in. Ondertussen past ie niet meer in de brievenbus en heeft ie geleerd om niet verder dan de drempel van de voordeur koket te zitten wezen.

Neelix is een echte spraakwaterval; ganse verhalen dist ie op. Taxi hult zich meestal in een stoïcijns zwijgen, tenzij het schootjes- en/of etenstijd is. Het zitritueel van Taxi zou Japanners groen van jaloezie doen uitslaan; veel ingewikkelder dan de theeceremonie. Neelix daarentegen springt en zit in een fractie van een seconde. Neelix schrokt zijn ontbijt op, Taxi neemt een uitgebreid ontbijt dat in duur meer van een brunch wegheeft.  Ook in het slapen verschillen ze: Neelix op z’n ruggetje à la The Full Monty, Taxi netjes in een bolletje, neusje tegen de staart.

Bezoeken aan de dierenarts zijn heerlijk contrasterend. Neelix, welgemutst, supernieuwsgierig en bovenal ronkend als een diesel. Waarvan de dierenarts-met-stetoscoop kan meespreken. Taxi daarentegen schreeuwt moord en brand, met een blik van ‘ik zou graag hebben dat het gedaan is vooraleer het begint’ en ‘waar is hier de uitgang.’

Waar Taxi niet zo bijster veel interesse toont voor ochtendlijke badkamerpraktijken, houdt een gesloten badkamerdeur Neelix niet tegen: inbeuken die handel! Wat een interessante speelplaats: zoemende tandenborstels,  waterkranen, make-up attributen en af en toe wat vrouwelijk bloot om met gepaste wetenschappelijke abstractie te observeren; meer moet dat niet zijn.

Van het bloot kan ik  – helaas voor u – geen beeldmateriaal tonen; daarvoor ben ik een beetje te *kuch* schuchter.

Onze viervoeters daarentegen hebben geen enkele fotogenieke schroom, waarvan het bewijs hieronder.

Neelix 6 maanden oud

Neelix 1 jaar oud

Taxi 6 maand oud

Taxi, 1 jaar oud

Taxi en Neelix, in volle actie op hun speelpaal in de tuin

Advertenties