Dat het zover is moeten komen: gebeten worden door het wetenschapsvirus in je veertiger jaren. Tijdens mijn schooltijd waren fysica en wiskunde baarlijke monsters met een logica die me totaal ontsnapte. Het stond veel te ver van mijn wereld en ik zag – alle pogingen van leerkrachten ten spijt – niet wat het mij bijbracht (logisch, want ik begreep het niet).

Veel later begon ik de logica wel te zien en meer nog; hoe fascinerend het allemaal is. Niet zozeer omwille van de technologie die het met zich meebracht, maar vooral door de ampleur van het wonderlijke; geen mens had het zo gek kunnen bedenken. De beloning voor al dat harde werken, de tanden stukbijten op mislukte hypothesen en vervelende tegensprekende experimenten. En het ongerijmde ervan: als geniale wetenschappelijke bollebozen denken: ‘dit is het nu echt’, dan blijkt 3 maanden later bv. dat het ‘dit’ het dit niet is. En begint het weer opnieuw. Eén ding is zeker: Never a dull moment in science.

Reden temeer dat ik me eens stort op singulariteiten, ruimte-tijd, algemene relativiteitstheorie, muonen, tachyonen en zwarte gaten. Zodat ik die wetenschappelijke technobabble op Star Trek eindelijk eens begrijpelijk kan uitleggen aan goedgelovige Star Wars dwalers.

Advertenties